Twee substanties die verschillende attributen hebben, hebben onderling niets gemeenschappelijk.
Twee zelfstandige wezens met verschillende eigenschappen hebben niets met elkander gemeen.
Stel dat er een puur geestelijke substantie zou zijn, en daarnaast een puur uitgebreid (materieel) substantie. Zouden deze wezens iets delen? Nee zegt Spinoza.
Als iets geestelijks iets materieels kan voortbrengen zou dat geestelijke wezen toch eigenschappen of kenmerken moeten hebben van dat materiele. ( Of de hele materiele wereld is een illusie, en soort droom van God / Bewustzijn; een filosofie die bekend staat als idealisme)
Als iets materieels (hersenen) iets geestelijks (het ervaren van geur, kleur, smaak) kan voorbrengen moet er een mechanisme zijn dat daartoe in staat is. Tot dusver is dat absoluut niet mogelijk. Dit is wel de overtuiging van veel wetenschappers.
