Het is waarlijk onmogelijk een attribuut te bedenken van de substantie waaruit zou volgen dat een substantie deelbaar zou zijn.
Geene eigenschap van het zelfstandige wezen kan naar waarheid gedacht
worden, waaruit zou volgen, dat het zelfstandige wezen kan gedeeld worden.
Een attribuut van een substantie is bij voorbeeld ‘de uitgebreidheid’. Wij zijn gewend om naar die uitgebreidheid te kijken als verschillende losse dingen die zich bewegen in ruimte en tijd. We zijn niet gewoon om dat te zien als één geheel. Wij leven in het algemeen in afgescheidenheid. Dat komt omdat wij de dingen zien vanuit ons eigen perspectief: mijn lichaam- jouw lichaam, deze stoel-deze tafel, etc. Dat is uiteraard heel praktisch om te kunnen (over)leven.
Als we dat op een moderne wetenschappelijke manier gaan onderzoeken kunnen we het persoonlijke perspectief loslaten en meer verbinding ontdekken door uit te zoomen of door in te zoomen op wat we om ons heen waarnemen.
Ruimte en tijd blijken verbonden te zijn, en het is beter te spreken van ruimtetijd (Einstein)
Massa blijkt ruimte en tijd te krommen en is dus verbonden (Einstein)
Massa blijkt hetzelfde te zijn als energie: E = m*c2
Beweging is energie
Beweging is temperatuur
etc
De wetenschap is op zoek naar die ene theorie die alle verschijnselen in het attribuut ‘uitgebreidheid’ beschrijft, waarmee zullen aantonen dat dit attribuut dus gezien kan worden als één geheel.
Door in te zoomen op bij voorbeeld ons eigen lichaam, zien we bij voorbeeld: organen, weefsels, cellen, DNA, moleculen, atomen, protonen, elektronen en daarna wordt het wazig. Dat is de onvoorstelbare kleine wereld van de quantumdeeltjes zoals quarks. Vaste structuren verdwijnen en deze wereld kan het beste beschreven worden met quantum velden. Oneindige velden die zich oneindig uitstrekken en die allemaal verbonden (of één) zijn waarin deeltjes schijnbaar verschijnen en weer verdwijnen. Ook hier verdwijnt de afgescheidenheid. Het attribuut ‘uitgebreidheid’ is zeer bijzonder en niet te delen.
Het attribuut ‘Denken’ wordt in deel 2 van de ethica uitgebreid behandeld. Wat hij bedoelt met denken is niet waar je zelf in eerste instantie aan denkt. Voor mij zelf komt dit attribuut ‘Denken’ eerder neer op het bewustzijn. In het algemeen zien we ons eigen bewustzijn als iets privé, mijn eigen geest, of mijn eigen ziel. En daarnaast zien we misschien ook nog een Heilige Geest en/of een God. Spinoza beweert echter dat er slechts één ondeelbaar attribuut ‘Denken’ / bewustzijn is. Iedere gedachte, ieder idee is gevormd (een modificatie) in dat ene ondeelbare attribuut. Al die gedachten zijn van hetzelfde spul gemaakt. Net als iedere golf van hetzelfde water gemaakt is. Zou het kunnen dat al die afgescheidenheid een illusie is en dat er inderdaad slechts één bewustzijn is. Zijn we er zeker van dat er afgescheidenheid is?
