h1 stelling 6

De ene substantie kan niet voortgebracht worden door de andere.

Een zelfstandig wezen kan niet door een ander zelfstandig wezen worden voortgebragt.

Dat zit al opgesloten in de definitie. Waterdruppels kunnen ontsnappen aan de oceaan, maar zijn daarbij niet opeens zelfstandige wezens, die zichzelf hebben voortgebracht; ze zijn ontstaan uit de oceaan en hebben daar in eerste instantie hun oorsprong.

Descartes durfde deze conclusie niet aan. Hij zag God als ultieme substantie en iedere individuele ziel als een secundaire substantie. Deze kronkel had hij wellicht nodig om niet in conflict te komen met de kerk.