H1 axioma 5

Zaken die met elkaar wederzijds niets gemeen hebben, kunnen niet wederzijds middels elkaar begrepen worden, of: het concept van het ene houdt het concept van het andere niet in.

Dingen, die niets met elkander gemeen hebben, kunnen ook door middel van elkander
niet begrepen worden, of het begrip van het ééne sluit het begrip van het andere niet in.

Als we dingen willen begrijpen, moeten we de relatie kennen tussen deze verschillende dingen. Als er een relatie is, is er dus iets gemeenschappelijks. De wetenschap heeft zeer veel gemeenschappelijks gevonden tussen ogenschijnlijk verschillende dingen. Ruimte, tijd, massa, energie, zwaartekracht elektromagnetische kracht, etc. Spinoza zal deze dingen “uitgebreidheid” noemen. Het denken, de geest, bewustzijn hoort echter niet bij de ‘uitgebreidheid’. Dus een bewuste ervaring heeft niets gemeen met de materie. Wetenschappers zien uiteraard een zeer sterke correlatie tussen hersenactiviteit en bewustzijn. Zij kunnen met alle bestaande natuurwetten echter niet verklaren hoe dat bewustzijn ontstaat. Ze verwachten dat ooit te kunnen doen, maar Spinoza denkt van niet.

Later zal Spinoza uitleggen dat uitgebreidheid en bewustzijn twee verschillende attributen van één substantie zijn. Daarover later meer.