H1 axioma 4

De kennis van een gevolg is afhankelijk van de kennis van de oorzaak en houdt die in.

De kennis van het uitwerksel hangt van de kennis der oorzaak af, en sluit die in.

Grondige kennis is cruciaal voor de filosofie van Spinoza. Hij onderscheid daarbij 3 soorten kennis:

De 1e vorm van kennis is kennis van horen zeggen, van het omschrijven van uiterlijke kennis, verwarde kennis

De 2e vorm van kennis is kennis die meer onderbouwd is, wetenschappelijke kennis en kennis die opgebouwd kan worden met een goede filosofie. Deze vorm van kennis is het eerste doel van zijn filosofie

De derde en hoogste vorm van kennis geeft een helder en diep inzicht in alles wat is. Deze kennis geeft een intuïtief gelukzalig gevoel dat alles verbonden is, dat alles in God / Natuur is, dat alles uit God / Natuur ontstaat en dat alles daar weer in terugkeert. Het bereiken van dit inzicht is het uiteindelijke doel van deze filosofie.

Om iets (een gevolg)echt te kennen, is het voor Spinoza dus niet voldoende om alle uiterlijke kenmerken van iets te omschrijven. Voor Spinoza moet ook helder zijn hoe iets zo geworden is. Ook daarom bouwt hij zijn filosofie zo op.